De (r)evolutie van Gaudium et Spes en Nostra Aetate
 |
|
Herdenking van Vaticanum II in 2005 in de Sint-Pieter. (Foto: AP)
|
Eric van den Berg, Frank Bosman en Jan Brouwers - 22-7-2010 15:30 uur
Op ons artikel van 12 juli komen veel reacties. De voornaamste kritiek komt uit de hoek van het tijdschrift Catholica: we zouden geen inhoudelijke bijdrage leveren.
Vooraf willen we twee verhelderingen geven op onze vorige bijdrage.
1. KN heeft ons artikel als opinie geplaatst, wat het feitelijk niet is. Het artikel wil het Tweede Vaticaans Concilie in historisch perspectief plaatsen. De enige mening waarop je ons kunt betrappen, is dat we een pleidooi houden voor een inhoudelijk debat. Blogger Beautiful Blues noemde ons ‘meesters van de meta'. Dat is mogelijk negatief bedoeld, maar wij beschouwen het als een compliment. We proberen de discussie in perspectief te plaatsen en te duiden. Dat is wat anders dan een inhoudelijke discussie uit de weg gaan.
2. In ons artikel maken we volgens sommige bloggers een koppeling tussen het standpunt van Tom Zwitser en revisionisten. Daarmee zeggen we niet dat Zwitser behoort tot die stroming, hoewel er ontegenzeggelijk overeenkomsten zijn. Het is vervolgens aan Zwitser aan te geven wat zijn standpunt is.
De inhoud nu. We zijn genoodzaakt een beperking aan te brengen omdat we in een enkel artikel nu eenmaal niet zestien Vaticaanse documenten uitputtend kunnen bespreken. Uit de veelheid van onderwerpen, pikken we er twee belangrijke concilieonderwerpen uit: het verstaan van de tekenen van de tijd en de relatie met het jodendom cq. andere religies.
Relatie met de ‘huidige' maatschappij
In de publieke opinie over Vaticanum II is ‘aggiornamento' een belangrijke term geworden. Paus Johannes XXIII introduceerde ‘aggiornamento', dat zoveel betekent als modernisering of ‘ bij de dag brengen'. Updaten zouden we nu misschien zeggen.
Gaudium et Spes is de pastorale constitutie die gaat over de Kerk in ‘deze tijd'. Volgens veel theologen is dit het belangrijkste document van Vaticanum II. Het beschrijft dat de Kerk voortdurend de tekenen van de tijd moet bestuderen, verklaren en daar een vorm aan dient weten te geven.
Voor mensen die de Kerk als onveranderlijk zien, is dat bedreigend. Ze denken dat het relativisme in de hand werkt: de Kerk gaat met moderne winden meewaaien. Gaudium et Spes bepleit echter juist aanpassing aan de moderne tijd in het licht van de onveranderlijke boodschap van het Evangelie.
Misschien moelijk voorstelbaar Waarom was die aanpassing nodig? Het is voor jongere generaties anno 2010 moeilijk voor te stellen hoe fundamenteel de westerse samenleving tussen 1960 en 1970 is veranderd. De welvaart nam enorm toe. De gewone man kon zich een eigen huis met een tuintje veroorloven en een eigen auto. Hij had geld om op vakantie te gaan en om zich bij allerlei clubs aan te sluiten. Zijn wereld was niet langer beperkt tot zijn buurt waarin de kerk en het patronaatsgebouw centraal stonden in de activiteiten die hij buitenshuis ontplooide. Ook was er de komst van de televisie die hem in contact bracht met veel amusement én met andere ideeën dan die in de kerk werden verkondigd. De nieuwe maatschappij werd een consumptiemaatschappij en voortaan kon men het zich veroorloven om materialist te zijn.
Wie zich iets kan veroorloven, laat zich niet meer zo gemakkelijk door een ander de wet voorschrijven. Democratisering zorgde ervoor dat de dokter, de burgemeester, de fabrieksdirecteur en de afdelingschef niet meer automatisch op kritiekloos respect konden rekenen. Inspraak werd het toverwoord.
Daarom stond de verhouding tussen de rooms-katholieke Kerk met die snel veranderende maatschappij prominent op de agenda. Het was duidelijk dat deze snelle veranderingen niet aan de kerkdeur voorbij zouden gaan. Ook het gezag van mijnheer pastoor en van het hele instituut waren niet vanzelfsprekend meer.
Gaudium et Spes De Kerk heeft deze ontwikkelingen opmerkelijk vroeg zien aankomen. Gaudium et Spes beschreef al in 1965, drie jaar voor de grote studentenopstanden: “De verandering van mentaliteit en structuren stelt dikwijls de traditionele waarden in discussie, vooral bij de jonge mensen, die niet zelden ongeduldig en zelfs onrustig en opstandig worden en die, in het bewustzijn van hun betekenis in het maatschappelijk leven, hierin zo spoedig mogelijk een rol wensen te spelen.” (7)
Maar dat is niet de enige verandering. Gaudium et Spes noemt de vooruitgang van de wetenschap en techniek, de globalisering, “nieuwe en volmaaktere communicatiemiddelen schiepen snellere en ruime mogelijkheden tot informatie en tot het verbreiden van allerlei ideeën en gevoelens, waardoor vaak kettingreacties ontstaan” (6), emigratiestromen, verstedelijking, het onder druk komen van traditionele waarden en de gevolgen hiervan voor de Kerk.
Het godsdienstig leven
“Ook het godsdienstig leven ondergaat de invloed van nieuwe situaties. Van de ene kant zuivert een meer kritische instelling het godsdienstig leven van een magische wereldopvatting en van de resten van bijgeloof, en eist een steeds grotere persoonlijke en actieve aanvaarding van het geloof. Zo komen velen tot een dieper Godsbesef. Van de andere kant zien wij steeds grotere massa's de godsdienst praktisch vaarwel zeggen. In tegenstelling tot het verleden zijn het loochenen en het negeren van God en godsdienst niet langer een ongewoon en individueel verschijnsel. Dit wordt immers tegenwoordig niet zelden voorgesteld als een eis van de wetenschappelijke vooruitgang of van een nieuw soort humanisme. Dit alles manifesteert zich in vele landen niet alleen in filosofische theorieën, maar werkt zich ook op brede schaal uit in de literatuur, de kunst, in de opvatting van de menswetenschappen en van de geschiedenis en zelfs in de burgerlijke wetgeving; en velen worden daardoor in verwarring gebracht.”
Daartegenover stelt de constitutie dat het aantal mensen groeit dat zich fundamentele vragen stelt over de zin van het leven en over het leven na de dood. En dan komt de Kerk ter sprake die verklaart dat “er onder alle veranderingen vele elementen liggen, die niet veranderen en hun diepste fundament hebben in Christus, die dezelfde is, gisteren, heden en in eeuwigheid” en dat het Concilie in dit licht zich richt tot allen “om het mysterie van de mens te belichten en om mee te werken aan de oplossing van de voornaamste problemen van onze tijd.” (10)
Concrete oplossingen biedt Gaudium et Spes niet, maar wel de verplichting voor christenen om vanuit het Evangelie mee te werken aan oplossingen. “De scheiding, die bij velen aanwezig is, tussen het geloof, dat zij belijden, en hun dagelijks leven behoort tot de ergste dwalingen van onze tijd.”
Relatie met andere religies Ook de relatie tussen de rooms-katholieke Kerk en andere wereldgodsdiensten veranderde radicaal met het Tweede Vaticaans Concilie. Voorheen waren niet-katholieken minstens louter object van bekering. In het ergste geval waren ze ketters en heidenen die in de hel zouden belanden. Mede ingegeven door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog besloten de concilievaders tot een open houding en schreven dit op in de concilieverklaring over de relatie met niet-katholieken: Nostra Aetate ('In onze tijden'). Nu zou dit document niet wereldschokkend zijn, maar in de tijd van het concilie betekende Nostra Aetate een breuk met het verleden.
De verklaring begint met de uitspraak dat de Kerk het tot haar taak rekent "de eenheid en de liefde tussen de mensen en zelfs tussen de volken te bevorderen. Alle volken immers vormen één gemeenschap, zij hebben een en dezelfde oorsprong, omdat God de gehele mensheid heeft doen wonen over heel de vlakte van de aarde." (1) De concilievaders wijzen niets af van "wat waar en heilig" is in niet-christelijke godsdiensten. Die houding is er een van "eerbied" ten opzichte van andere religieuze normen en waarden, "die toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht". (2).
Islam en jodendom Specifiek noemen de concilievaders de Islam en het Jodendom. De Kerk "beschouwt ook met hoogachtig de Moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden". (3) Hoewel de Moslims Jezus niet als hun verlosser beschouwen, vereren zij Hem wel als profeet. Ook vereren ze Maria met grote eerbied. Bovendien delen ze in het ene verbond van Abraham. De vaders zien ook met schaamte terug op de godsdienstoorlogen, met name de Kruistochten. "Mogen ook in de loop der eeuwen tussen Christenen en Moslims veel onenigheid en vijandschap zijn voorgekomen, de heilige Synode spoort thans allen aan het verleden te vergeten."
De relatie met het Jodendom krijgt meer dan driemaal zoveel aandacht. De concilievaders maken melding van de lange traditie van binnenkerkelijk antisemitisme. Ze betreuren "alle haatgevoelens, vervolgingen en uitingen van antisemitisme gericht tegen de Joden, in welke tijd en door wie ook; en zij wordt hierbij geleid niet door politieke overwegingen, maar door godsdienstige evangelische liefde." Het belangrijkste element in de overweging van de kerkvaders is het geloof dat Gods heilsmysterie begonnen is in Abraham, Mozes en de profeten. "De Kerk is niet vergeten, dat zij de openbaring van het Oude Testament heeft ontvangen door middel van dit volk, waarmee God in zijn onuitsprekelijke barmhartigheid het Oude Verbond heeft willen sluiten, en dat zij zich voedt aan de wortel van de edele olijf, waarop de takken van de wilde olijf, de heidenen, geënt zijn." (4)
Belangrijk 'detail'
Ook zijn de concilievaders zich bewust van een belangrijk historisch 'detail' dat in de loop van de geschiedenis vaak genoeg veronachtzaamd is: "…dat uit het Joodse volk de Apostelen zijn geboren, de grondslagen en zullen van de Kerk, evenals die talrijke eerste leerlingen, die Christus' Evangelie aan de wereld hebben verkondigd." Jezus en Zijn leerlingen waren zonder uitzondering Joden. Op dat moment introduceren de Concilievaders een belangrijk begrip, dat fundamenteel is voor de huidige visie op de relatie Jodendom - Christendom, Gods 'onberouwelijkheid'. "De Joden blijven aan God, die geen berouw kent over zijn genadegaven noch over zijn roeping, zeer dierbaar omwille van de Aartsvaders." De aanklacht van de 'theocide' ('de 'Godsmoord') wordt ook ontzenuwd. "Al is het waar, dat de Joodse gezagsdragers met hun aanhangers hebben aangestuurd op de dood van Christus, toch mag wat tijdens zijn lijden is misdreven niet alle Joden van die tijd zonder onderscheid en evenmin de Joden van onze tijd worden aangerekend. En al is de Kerk het nieuwe volk Gods, toch mag men de Joden niet voorstellen als door God verworpen of als vervloekt, alsof dit zou zijn af te leiden uit de H. Schrift."
De boodschap van Nostra Aetate werd vele malen herhaald, met name door de 'Richtlijnen en suggesties voor de toepassingen van de Concilieverklaring Nostra aetate nr. 4' (1974) en de 'Verklaring over de juiste presentatie van de joden en het jodendom in prediking en catechese binnen de Rooms-Katholieke Kerk' (1985). Bovendien hebben zowel paus Johannes Paulus II als Benedictus XVI zich persoonlijk, en in woord en daad solidair getoond met de letter én de geest van Nostra Aetate.
Revolutionair Nostra Aetate en Gaudium et Spes zijn in zekere zin revolutionaire documenten, zeker als je ze in hun tijd plaatst. Nostra Aetate markeert een breuklijn en is een andere benadering van de rooms-katholieke Kerk naar andere godsdiensten. Niet verwonderlijk dat mgr. Van Luyn, referent voor de dialoog met andere religies, Nostra Aetate als startpunt ziet. Terecht ook: we zitten in een multiculturele samenleving waarin de dialoog met moslims en joden van preciar belang is om samen een maatschappij te bouwen van solidariteit en respect.
Gaudium et Spes weerspiegelt zeer goed de tijdsgeest van de jaren '60. “Vreugde en hoop” is de optimistische inschatting dat de wereld dichter bij het Evangelie is te brengen. Dat – volgens sommigen – overenthousiasme over de economie, armoede, recht en cultuur mag dan misschien voorbij zijn, Gaudium et Spes heeft een sterke invloed gehad op de sociale leer van de Kerk in het omgaan met haar omgeving.
Een revolutie is niet van de ene op de andere dag voorbij. Zoals iedere revolutie haar sporen nalaat, zo is het ook met de uitkomsten van het Concilie: een evolutionair denken en praxis van een Kerk die zich actualiseert in een veranderende maatschappij op basis van de vaste waarden van het Evangelie.
De opinie op deze pagina is niet noodzakelijk die van de redactie
Tags: Vaticanum II, Tweede Vaticaans Concilie, Tom Zwitser, Gaudium et Spes, Nostra Aetate
Reacties |
|
| Onderschat in dit verborgen proces van ondermijning ook de rol van de kaboutertjes en de marsmannetjes niet.
F. Mason | 8-8-2010 |
|
|
| Correctie: Frits van Egters (en zijn geestelijk vader liet zich toendertijd Simon van 't Reve noemen).
anonymous | 8-8-2010 |
|
|
| Oh, natuurlijk, de vrijmetselaars zitten erachter... U weet wel, van die geheime wereldregering! Die al eeuwenlang bestaat, terwijl niemand dat in de gaten heeft (behalve de hoofdpersoon uit Reve's bekentenisroman De Avonden, genaamd Frits Egters).
anonymous | 8-8-2010 |
|
|
| rook van satan
Wie zei dat ook weer? Juist ja, die paus Paulus VI die verantwoordelijk is voor de liturgische revolutie. Over hem en de periode van zijn pontificaat heeft het Vaticaan de grendel gelegd. Te veel kardinalen en bisschoppen zijn nog betrokken geweest bij dat verwarrende concilie. Nederlandse prelaten hebben er een hoofdrol in gespeeld. Tradititie-getrouwen zijn soms gewoon een stuk schuld in de schoenen te schuiven naar de naar Teheran verbannen kardinaal Annibale Bugnini. Die zou lid van de Loge zijn. Mispoes! Dat een afleidingsmanoeuvre om de ware verantwoordelijken uit de wind te houden.
De RK Kerk zal terug en voort moeten met de Tridentijnse Mis. Dat is een kwestie van leven of dood. Alleen met de Traditie zal de rook van satan in het Vaticaan oplossen. Alleen dan zullen alle aanvallen op de Moederkerk "unfair" zijn, want nu moet ook de huidige paus toegeven dat er ook "faire" aanvallen zijn.
frits egters | 8-8-2010 |
|
|
| [Omdat mijn eerdere posting bij nader inzien helaas misverstaan kan worden, wil ik ze hier graag verbeteren.] Bosman c.s. geeft een redelijke reactie op complotdenkers die alle kerkelijke veranderingen a priori afwijzen. Op complotdenkers die de mens, zichzelf en de (kerk)geschiedenis dus slecht kennen. Leven is immers geen stilstaan, maar - voortbouwend op het overgeleverde - bewegen, veranderen, ontwikkeling, zowel individueel als collectief. En dat is goed zo! Iedereen moet van doodlopende en of dwaalwegen kunnen terugkomen. Het gaat niet aan om het verleden sacrosanct te verklaren, en daarmee maatgevend voor elke toekomst die nieuwe mogelijkheden tot beter inzicht en beter gedrag nu eenmaal altijd in zich draagt; ook Vat. II niet. Wie nostalgisch naar het verleden kijkt en daarheen terug zou willen, vergist zich in zijn mogelijkheden. Oude tijden keren niet weer. En het helpt al helemaal niet om de kerkvergadering verdacht te maken door een koppeling te veronderstellen met Vrijmetselarij. De geheimzinnigheid van die orde heeft blijkbaar nog steeds mythische proporties in sommige hoofden, maar wie met de orde kennis heeft gemaakt weet wel beter: er is niets geheimzinnigs aan, en ook niets abjects. En al evenmin heeft men de waarheid in pacht, of verpersoonlijkt men het kwaad. Het is eenvoudig mensenwerk (methodisch werken aan zelfverbetering door discipline), en daarbij kan gefaald worden in liefde en redelijkheid. Net zoals in de kerk, en in ieders eigen leven.
René | 8-8-2010 |
|
|
| Bosman c.s. geeft hier een redelijke reactie op complotdenkers die alle kerkelijke veranderingen a priori afwijzen. Maar dan kennen ze de mens, zichzelf en de (kerk)geschiedenis slecht. Leven is veranderen, ontwikkeling, zowel individueel als collectief. En dat is goed zo! Iedereen moet van doodlopende en of dwaalwegen kunnen terugkomen. Het gaat niet aan om het verleden sacrosanct te verklaren, en daarmee maatgevend voor elke toekomst die nieuwe mogelijkheden tot beter inzicht en beter gedrag nu eenmaal altijd in zich draagt; ook Vat. II niet. Wie nostalgisch naar het verleden kijkt en daarheen terug zou willen, vergist zich in zijn mogelijkheden. Oude tijden keren niet weer. En het helpt al helemaal niet om de kerkvergadering verdacht te maken door een koppeling te veronderstellen met Vrijmetselarij. De geheimzinnigheid van die orde heeft blijkbaar nog steeds mythische proporties in sommige hoofden, maar wie met de orde kennis heeft gemaakt weet wel beter: er is niets geheimzinnigs aan, en ook niets abjects. En al evenmin heeft men de waarheid in pacht of verpersoonlijkt men het kwaad. Het is eenvoudig mensenwerk (methodisch werken aan zelfverbetring door discipline), en daarbij kan gefaald worden in liefde en redelijkheid. Net zoals in de kerk, en in ieders eigen leven.
René | 8-8-2010 |
|
|
| Aan RKJ (wie ?) en andere dwalers : bij alle Europese revoluties vanaf de Franse revolutie (1789), was de vrijmetselarij de aanstichter en speelde zij een hoofdrol. Dat is in vele historische werken terug te vinden (Barruel, Delassus, Talmeyr, de Maîstre, Freppel en vele anderen). Een recente documentatie is te vinden in het standaardwerk, "Sluiproutes van de macht". Tijdens Vaticaan II is dat ook gebeurd. De revolutionaire kern van kardinalen hoofdrolspelers uit Noord-West Europa staan te boek als vrijmetselaar. Dit verklaart de methodische aanslag op de eerste Concilie-agenda van de curie en vervolgens het relativisme dat de meeste Concilie documenten besmet heeft zoals hier ook door anderen is aangegeven. De liturgist Bugnini werd om die reden door Paulus VI ontslagen en weggestuurd. Deze Paus bemerkte te laat de "rook van satan". Dit Concilie kan niet deugen, spijtig genoeg.
Jules van Rooyen | 7-8-2010 |
anonymous | 8-8-2010 |
|
|
| Hoezo absoluut noodzakelijk?
anonymous | 6-8-2010 |
|
|
| We weten niet waarom Paulus VI de NOM heeft ingevoerd, en de TM heeft verboden. Een fataal verbod!
Benedictus XVI is slim, want na onderzoek bleek dat kerkjuridisch de TM nooit kon worden afgeschaft.
Herstel van de TM is absoluut noodzakelijk voor het voortbestaan van de Katholieke Kerk.
frits egters | 6-8-2010 |
|
|
| De paus liegt niet. Hij is diplomatiek. Op papier was de oude Mis nooit afgeschaft, maar in de praktijk lag het totaal anders. Daarom moest er een Motu Propio komen. Maar zolang dat niet geïmplementeerd is, blijft het hangen en wurgen. De paus heeft binnenskamers de oude Mis opgedragen, maar doet dat vooralsnog niet in het openbaar. De zaak heeft tijd nodig.
Zo ook de handcommunie. Die is nooit verordend door het Concilie, maar hoogstens in bijzondere gevallen toegestaan. Dat de handcommunie regel werd, is een andere zaak die om terug te draaien tijd vergt.
frits egters | 5-8-2010 |
|
|
| De heren zeggen dus toe dat het een breuk met het verleden was, revolutionair zelfs....
Toch blijft de huidige paus hameren op het feit dat het geen breuk was en al zeker geen revolutie. Liegt de paus dan?
Zolang er geen echte duidelijkheid komt in de documenten van Vaticanum II zal de verwarring blijven duren. Rome heeft hier veel te lang mee gewacht. Het is nu zelfs zover dat 90 % van de priesters en bisschoppen Vaticanum II als beginpunt van de Kerk zien. Rome holt achter de feiten aan en zal drastisch moeten ingrijpen om dit fiasco nog recht te breien...
Dirk Milis | 30-7-2010 |
|
|
| Aan RKJ (wie ?) en andere dwalers : bij alle Europese revoluties vanaf de Franse revolutie (1789), was de vrijmetselarij de aanstichter en speelde zij een hoofdrol. Dat is in vele historische werken terug te vinden (Barruel, Delassus, Talmeyr, de Maîstre en vele anderen). Een recente documentatie is te vinden in het standaardwerk, "Sluiproutes van de macht". Tijdens Vaticaan II is dat ook gebeurd. De revolutionaire kern van kardinalen hoofdrolspelers uit Noord-West Europa staan te boek als vrijmetselaar. Dit verklaart de methodische aanslag op de eerste Concilie-agenda van de curie en vervolgens het relativisme dat de meeste Concilie documenten besmet heeft zoals hier ook door anderen is aangegeven. De liturgist Bugnini werd om die reden door Paulus VI ontslagen en weggestuurd. Deze Paus bemerkte te laat de "rook van satan". Dit Concilie kan niet deugen, spijtig genoeg.
anonymous | 24-7-2010 |
|
|
| Kardinaal Newman gebruiken om Vaticaan II te rechtvaardigen, is uiterst riskant. Wie zijn werk in zijn geheel overziet, kan niet anders dan de conclusie trekken dat Newman zich van het Concilie had gedistantieerd.
Het essay over de Ontwikkeling van het Dogma lijkt, op grond van de titel, hoogstens in oppervlakte de modernismen van 1962-65 te billijken. In oppervakte, meer niet! Als fervent tegenstander van het liberalisme is het godsonmogelijk het aggiornamento met Newman te verzoenen. Newman had nooit of te nimmer de vervanging van het Latijn door het plaatselijk dialect goedgekeurd!
frits egters | 23-7-2010 |
|
|
| Aan Frank Bosman e.a.:
- U laat het andere fundamentele principe van Vaticanum II, nl. "herbronning" of "ressourcement", grotendeels buiten beschouwing. Het staat er wel impliciet in, maar niet duidelijk genoeg. Dat werkt een eenzijdige interpretatie van Vat. II, nl. een die eenzijdig uitgaat van aggiornamento oftewel het zich aan de omliggende wereld aanpassen, in de hand.
Aan A. van der Zande:
Niet alle opvattingen van "ontwikkeling van de kerkelijke leer" is als modernisme veroordeeld. Denk maar eens aan het beroemde essay van de bekeerling John Henry Newman, "On the development of doctrine". Meer in het algemeen is Newman een goede gids bij het interpreteren van Vaticanum II.
wees_gegroet | 23-7-2010 |
|
|
| Gaan de heren nog in op voorgaande argumenten in een komende artikelreeks, of wil men slechts een monoloog houden, als waren zij doven? Met hun ontwijkgedrag doen zij hun eigen (foute) betoog te kort. Ik poneer overigens de stelling, dat de 'vernieuwde kerk', een Anti-Kerk is.
A. Van der Zande | 23-7-2010 |
|
|
| Het evangelie kent geen waarden, maar slechts waarheid.
A. Van der Zande | 23-7-2010 |
|
|
| Wederom slechts een lofzang en een herhalende lofzang. Op de problematiek zoals door prof. dr. Brunero Gherardini en andere internationale kritische theologen (die de "traditionalistische" visie met een wetenschappelijk notenapparaat en zonder polemiek ondersteunen), gaat de groep rond Frank Bosman niet in. Daarvoor krijgen wij een Marxistisch praatje over de jaren '60 en de materiële bevrijding. Ik dacht altijd, dat theologie over Godgeleerdheid ging. Maar tegenwoordig lijkt het sociologie. Overigens bewijst dit artikel van Bosman, Van den Berg en Brouwers juist dat de bezwaren van de Rooms-katholieke 'traditionalisten' juist zijn. Met revisionisme heeft het nog weinig te maken. U ontkent niet de breuklijn en evolutie en revolutie, maar bevestigt ze. De evolutie van het dogma, is een veroordeelde opvatting van het Modernisme. Evenzo de verandering van de verbintelijke kerkelijke leer en dogmatiek van oecumenische Concilies zoals Florence, Vaticaans Concilie (1870), Trente etc. De aanpassing aan de tijdsgeest is een primaire motivatie voor modernisten. Leest u Pascendi dominici gregis (1907). In plaats van een intellectueel betoog dat échte (niet-"levende") continuïteit en gelijkheid van pre- en post-Conciliair leergezag tracht aan te tonen, gaat Bosman c.s. uit van de Grote Breuk. De Grote Breuk en binnenkort de Grote Ineenstorting hierdoor. Wie negatief spreekt over alle Kruistochten in het algemeen, en wie de pre-conciliaire Kerk wegens antisemitisme aanklaagt, is niet katholiek meer. Als de Kerk vroeger niet heilig en rechtgelovig was, waarom zou men de vermeende autoriteit van de Conciliekerk nog wel aanvaarden? Dat doet Frank Bosman dan ook niet. Daarom stemt hij voor de SP, een pro-abortus-partij die het historische materialisme als uitgangspunt neemt (zoals in gesprek met mgr. Eijk door Jan Marijnissen - geen zwaargewicht, maar een jaren '70-relict - openlijk verkondigd). Voor zover de 'autoriteit' van het Conciliair Drietal. Er zijn voldoende artikelen uit de jaren '60 en '70 die de inhoud van het concilie op uw manier weergeven. Veranderingen, evolutie, revolutie, radicale breuk. Een breuklijn. Letterlijk gesteld. Een 'kerk' die breekt met al of een deel van wat zij vroeger als goddelijke waarheid verkondigde, is louter een menselijk construct. Daarom voert de Conciliaire religie bij logisch denkende mensen tot geloofsafval. Alles wordt relatief. Ook als men 'gematigd' relativistisch is, en niet radicaal relativistisch zoals de 'omringende wereld'.
A. Van der Zande | 23-7-2010 |
|
|
| Jules toevallig lid van het Piusbroederschap? Wat weining geloof in de eigen kerk!
RKJ | 23-7-2010 |
|
|
| De schrijvers gaan voorbij aan essentiële kenmerken van iedere revolutie en die bij Vat II terug te vinden zijn.
1. De radicale breuk met het verleden door de vernietiging van de traditionele liturgie, de kern en het hart van de Kerk.
2. De breuk met de waarheid : het geweld en de grote leugen van de hiërarchie tav. het zogenaamde verbod op de Tridentijnse liturgie.
3. De kerkvervolging binnen de Kerk van de traditionelen en het laten lopen van de liturgische uitwassen
4. De ontwikkeling van nieuwe woorden en een nieuw theologisch begrippen kader.
5. Het taboe en de onbespreekbaarheid van het Concilie sinds de jaren 1960.
6. De ontkenning van de realiteit en de grootste dreiging. Een veroordeling van het marxisme en het modernisme tijdens het Concilie kwam niet aan bod. Daardoor werd beide stromingen een ingang geboden.
Jules van Rooyen | 23-7-2010 |
|
|
| Deze mannen weten het verschil niet tussen evolutie en revolutie. En daar hebben ze een heel lang artikel voor nodig om dat duidelijk te maken.
Jos | 23-7-2010 |
|
|
|
anonymous | 22-7-2010 |
|
|
| Bedankt voor deze duidelijke uitleg!
Margriet | 22-7-2010 |
|
|
|